Vertaling fragment La main d'Iman van Ryad Assani Razaki voor Chronicles

La main d’Iman, Ryad Assani-Razaki (fragment, 2014)

Vertaling fragment La main d'Iman van Ryad Assani Razaki voor ChroniclesVERTALING: ‘Hier’ (2014), fragment uit La main d’Iman van Ryad Assani-Razaki (2011), webpublicatie van ‘The Chronicles’, Crossing Borderlink.

 

The Chronicles Projects is een project van het Crossing Border Festival waarvoor jonge vertalers een vertaling maken van een kort verhaal of een deel van een roman van een jonge auteur. Als vertalers zochten we een auteur en een roman die nog niet eerder waren vertaald in het Nederlands.

Voor dit project vertaalde ik in 2014 een fragment uit het Franstalige boek La main d’Iman van Ryad Assani-Razaki, onder de titel ‘Hier’. La main d’Iman won in 2011 de Prix Robert-Cliche, die wordt toegekend aan een nog ongepubliceerde debuutroman. In 2012 stond La main d’Iman op de shortlist voor de Prix du Gouverneur Général. Het boek werd al vertaald in het Duits door Sonja Finck onder de titel Iman (2014).

Het boek vertelt een indringend verhaal over drie generaties zwart Afrika. De personages kruisen elkaars wegen, vertellen elkaars verhaal en geven zo een beeld van het leven in Afrika. Kinderen worden voor het schamele bedrag van drieëntwintig euro door de ouders verkocht, zogenaamd om te kunnen opgroeien in de stad, waar ze vervolgens worden doorverkocht als huisslaaf. Een ritje in een Mercedes is genoeg om een jong meisje in bed te krijgen. Kinderen van een zwarte moeder en een blanke vader worden niet geaccepteerd en verstoten door de gemeenschap. Dan rest er niets dan vluchten.

Het begon met twee naar elkaar uitgestoken handen. Ik was een jaar of zes. De eerste blijvende herinnering van mijn leven: de hand van mijn vader, eeltig, zwart, ruw, stoffig en gehard door het werk in de velden, uitgestoken naar een andere hand, zacht, verfijnd en verzorgd, met daarin het grootste geldbedrag dat ik tot dan toe ooit onder ogen had gehad. 15.000 Afrikaanse frank (23 euro), en mijn lot was bezegeld. Ik herinner me mijn vader, zijn gezicht, zijn getaande huid, zo gespannen als het leer van een tamtam. En zijn glimlach. Ik blijf het onuitwisbare beeld zien: zijn opgekrulde bovenlip, die een rij gele tanden blootgaf. Ik vraag me af waar hij aan dacht. Waar denk je aan als je je eigen zoon verkoopt? Op die vraag zou ik helaas antwoord krijgen, maar pas veel later, toen ikzelf, als volwassene, de dierbaarste persoon van mijn leven zou verkopen. Er zijn vele jaren voorbijgegaan dat ik het mijn vader kwalijk nam, niet per se die daad op zich, die ik op de een of andere manier nog wel had kunnen verklaren, maar vooral de uitdrukking op zijn gezicht op het moment dat hij het geld aannam. Geen voldoening, maar ook geen verdriet. Het gezicht van mijn vader ging schuil achter het masker dat ik het grootste deel van mijn toekomstige leven zou proberen te ontcijferen. Ik weiger te denken dat het onverschilligheid was. Want dat zou betekenen dat mijn leven geen enkele betekenis had en dat het verkopen van een kind vergelijkbaar is met het verkopen van vee. Een simpele economische transactie. Vreugde wil ik ook niet, want wat moet je denken van een vader die blij is dat hij zijn kind verkoopt? Een derde van mijn identiteit heb ik van mijn vader gekregen, nog een derde van mijn moeder, en het laatste deel is gevormd door mijn persoonlijke ervaringen. Ik denk maar liever dat zo’n groot deel van mij ook niet blij was toen ikzelf de dierbaarste van mijn leven verkocht. En verdriet? Ik weet niet of ik had gewild dat mijn vader verdrietig was, want zou dat niet betekenen dat hij vermoedde dat hij me blootstelde aan het kwaad en het toch deed? Wat brengt een man ertoe zich van zijn eigen vlees en bloed te ontdoen? Noodzaak? Ik heb er moeite mee dat te geloven. Ik heb geleerd dat er voor degenen van wie je houdt geen noodzaak bestaat, dat je moet vechten tot het bittere einde. Dat heeft Iman me geleerd.

PROJECT INFO

Category: korte vertaling